Aanvulling op je inkomen


Als je jarenlang van een uitkering of een laag inkomen leeft, kom je op den duur te kort. Zeker als je met handicap of ziekte te maken hebt. Er zijn een paar regelingen waar je gebruik van kunt maken.

 

Regelingen voor gehandicapten en chronisch zieken

 

Aanvullingen op je uitkering

 

Regelingen
Wet werk en bijstand (Wwb)


Krijg je vanwege ziekte of arbeidsongeschikt een uitkering van UWV of loondoorbetaling van je werkgever? Dan kan het inkomen van jouw gezin lager zijn dan het sociaal minimum. In dat geval komt je soms in aanmerking op een aanvulling op je inkomen. Als je langdurig afhankelijk bent van de zorg van anderen wordt de uitkering soms verhoogd.


Aanvulling tot sociaal minimum

Als je inkomen vanwege jouw ziekte of arbeidsongeschiktheid  lager is dan het sociaal minimum, dan kunt je een aanvulling op jouw inkomen krijgen. Je krijgt de aanvulling 

  • in het tweede jaar van je ziekte wanneer je werkgever jouw loon niet meer hoeft aan te vullen tot het sociaal minimum,  of
  • wanneer je een uitkering krijgt op grond van WW, IOW, Ziektewet, WAO, WIA, WAZ, WAZO of Wajong.

U krijgt geen toeslag als je:

  • vrijwillig verzekerd bent voor werkloosheid, ziekte of arbeidsongeschiktheid;
  • jonger bent dan 18 jaar;
  • jonger bent dan 21 jaar, bij je ouders woont en geen kinderbijslag krijgt;
  • met onbetaald verlof bent;
  • tijdens studie of scholing op grond van de Wajong;
  • getrouwd bent of samenwoont met een partner die na 31 december 1971 is geboren. Als je in deze situatie een kind onder de 12 jaar in huis hebt, kan je wel weer recht hebben op de toeslag;
  • naar het buitenland verhuist.

Wanneer je uitkering of loondoorbetaling stopt, eindigt ook jouw toeslag. De toeslag stopt ook als je niet meer aan de voorwaarden voldoet.

Als je of jouw partner naast jouw uitkering werkt of gaat werken, dan is dat natuurlijk van invloed op de toeslag. Een deel van deze inkomsten telt de eerste twee jaar niet mee bij het berekenen van de toeslag. Het bedrag dat niet meetelt is maximaal 15% van het bruto minimumloon.


Bijstand

Blijf je zelfs met de toeslag onder het sociaal minimum? Dan kan je misschien bijstand krijgen. Neem hiervoor contact op met UWV WERKbedrijf in jouw gemeente. Zie voor meer informatie werk.nl.

Verhoogde uitkering
Sommige mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering zijn langdurig afhankelijk van de zorg van anderen. Omdat dit extra kosten met zich meebrengt, kan de uitkering bij volledige arbeidsongeschikt worden opgehoogd tot 85% of 100% van het bedrag waarop jouw uitkering is gebaseerd, afhankelijk van jouw situatie en de hoeveelheid hulp die je nodig hebt.


Ophoging tot 100%

De regeling geldt voor WAO-, WAZ-, WIA- of Wajong-uitkering. De uitkering wordt verhoogd  tot 100%  als je  blijvend hulp of zorg nodig heeft bij bijna alle dagelijkse handelingen zoals bijvoorbeeld wassen, aankleden, toiletbezoek of als je niet alleen kunt zijn. Ook bij 24-uurszorg kan worden verhoogd tot 100%. Je krijgt geen ophoging tot 100% als je voor deze dagelijkse en blijvende hulp al gebruikt maakt van andere regelingen:

  • Je gaat minimaal 4 dagen per week naar de dagopvang van een instelling.
  • Je woont in een woonvorm waar u hulp of afroep krijgt.
  • Je krijgt betaalde hulp, bijvoorbeeld via een Persoonsgebonden Budget (pgb).
  • Je volgt speciaal onderwijs.


Ophoging tot 85%

De uitkering wordt verhoogd tot 85% als je blijvende hulp of zorg nodig heeft bij sommige dagelijkse handelingen zoals wassen, aankleden, toiletbezoek, of als je niet altijd alleen kunt zijn. Is er 's nachts geen zorgbehoefte dan zal de ophoging meestal beperkt blijven tot 85%.


Aanvragen

Je kunt de ophoging van de uitkering zelf aanvragen bij UWV. Neem daarover contact op met uw arbeidsdeskundige of met UWV.

 

 

Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten en aftrek zorgkosten

De Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) geeft mensen die veel zorg gebruiken, ouderen en arbeidsongeschikten vaste toeslagen. 

Let op: vanaf 2012 is deze regeling inkomensafhankelijk.


Algemene tegemoetkoming

Heb je een chronische ziekte of handicap en maakt je meer dan gemiddeld gebruik van zorgvoorzieningen, dan krijgt je een vaste, algemene tegemoetkoming als compensatie voor jouw meerkosten. De tegemoetkoming in verband met gezondheidsproblemen is niet voor iedereen even hoog. Het bedrag dat je ontvangt hangt af van jouw leeftijd en van de hoeveelheid zorg die je gebruikt. 

Meer informatie hierover kunt je vinden op meerkosten.nl. Hier kan je ook een test doen waarmee je eenvoudig kan bepalen of je in aanmerking komt voor een algemene tegemoetkoming.

Je hoeft niet zelf in actie te komen om de tegemoetkoming te krijgen. Het CAK gaat na of je in aanmerking komt voor de vaste, algemene tegemoetkoming en zo ja, voor welk bedrag. Je krijgt hiervan rond de zomer bericht van het CAK. De algemene tegemoetkoming telt niet als inkomen en is niet van invloed op andere (gemeentelijke) toeslagen. Je betaalt er ook geen inkomstenbelasting over.


Aanpassingen 2012

Vanaf 1 januari 2012 is de Wtcg aangepast. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • De hoogte van je inkomen gaat meetellen.
  • Hulpmiddelen voor blinden en slechtzienden tellen voortaan mee.
  • Fysiotherapie en oefentherapie tellen alleen nog mee als je het nodig hebt vanwege een chronische aandoening. 


Extra tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten

Arbeidsongeschikten met een uitkering krijgen van UWV elk jaar een vaste tegemoetkoming van € 350. Daarvoor moet je voldoen aan de volgende criteria:

  • Je bent 35% of meer arbeidsongeschikt.
  • Je krijgt hiervoor een arbeidsongeschiktheidsuitkering (Wajong. WIA , WAO, IVA  of WGA).

Je krijgt de tegemoetkoming jaarlijks rond november op je rekening gestort door  UWV. Dit gaat automatisch, je hoeft hiervoor niets te doen. Deze extra tegemoetkoming staat los van de algemene tegemoetkoming vanuit de Wtcg. OpRijksoverheid.nl vindt u meer informatie over de Wtcg-tegemoetkomingen.

Aftrek van specifieke zorgkosten
Heb je aantoonbaar veel uitgaven voor zorg, hulpmiddelen en voorzieningen? Dan kom je vrijwel zeker in aanmerking voor de aftrek van specifieke zorgkosten. Dat zijn kosten die je zelf moet betalen voor:

  • voorgeschreven medicijnen
  • genees- en heelkundige hulp
  • hulpmiddelen zoals steunzolen of een rolstoel
  • aanpassingen aan een woning
  • vervoer, zoals reiskosten naar een huisarts of ziekenhuis
  • een dieet (met een verklaring van een arts of een diŽtist)
  • extra gezinshulp
  • extra kleding en beddengoed
  • reiskosten voor ziekenbezoek

Het gaat om kosten voor jezelf, je fiscale partner en je kinderen jonger dan 27 jaar. 


Meer informatie

 

 

Speciale fondsen


Soms heb je dringend hulpmiddelen of voorzieningen nodig, die door geen enkele instantie vergoed worden. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor privťvervoer, woningaanpassingen (zoals het inrichten van een woning of het rolstoeltoegankelijk maken van de tuin), studiekosten, computerapparatuur of hobbyspullen. Heb je een spierziekte, dan kun je voor deze kosten financiŽle hulp vragen bij het Prinses Beatrix Fonds (PBF). Je kunt niet zelf een aanvraag indienen, maar alleen via een hulpverlener, zoals een maatschappelijk werker of een ergotherapeut. Je moet opgeven hoeveel je verdient en hoeveel spaargeld je hebt. Je aanvraag wordt afgehandeld door de Algemene Nederlandse Gehandicapten Organisatie (ANGO).
 
Regelingen voor lage inkomens

 

Toeslagen


Bij de Belastingdienst kun je terecht voor het aanvragen van huurtoeslag (een bijdrage in je huur) en zorgtoeslag (een bijdrage in je zorgverzekeringspremie) en eventueel kinderopvangtoeslag. Voor de huurtoeslag gelden voor gehandicapten gunstigere voorwaarden. Zo kun je ook al huurtoeslag krijgen als je nog geen drieŽntwintig bent. Kijk op www.toeslagen.nl .


Langdurigheidstoeslag


Leef je al lang (drie tot vijf jaar) van een minimuminkomen, bijvoorbeeld met alleen maar Wajong en ben je eenentwintig jaar of ouder dan heb je soms recht op een Langdurigheidstoeslag. Je kunt deze toeslag aanvragen bij de Sociale dienst in je woonplaats. De hoogte en de precieze regels kunnen per gemeente verschillen. Je moet de toeslag elk jaar opnieuw schriftelijk aanvragen bij de Sociale dienst in je woonplaats. Meer informatie op www.regelhulp.nl.

 

Bijzondere bijstand


Bijzondere bijstand is geld van de gemeente voor noodzakelijke uitgaven die je zelf niet kunt betalen, zoals de huur, reiskosten, extra stookkosten omdat je de hele dag thuis bent en het vanwege je handicap of ziekte extra warm moet zijn, een hoge energierekening door het opladen van je elektrische rolstoel of scootmobiel of een wasmachine. Dit geld is bedoeld voor iedereen met een inkomen op of rond het bijstandsniveau en weinig spaargeld. Elke gemeente heeft hiervoor eigen regels en inkomensgrenzen. Vaak worden al je giroboekjes en spaaroverzichten gecontroleerd door een ambtenaar. Je moet als het ware 'met de billen bloot'. Die ambtenaar is overigens wel gebonden aan regels rond de bescherming van je privacy. Bijzondere bijstand vraag je aan bij de Sociale dienst. Meestal moet je dat doen vůůrdat je de kosten maakt. Veel gemeenten gemeente geven een vast bedrag per jaar (categoriale bijzondere bijstand).De sociale dienst van je gemeente kan je meer informatie geven.

 

Andere regelingen van de gemeente


Sommige gemeenten hebben ook nog andere speciale regelingen zoals (gedeeltelijke) kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen, of een vergoeding of kortingspas voor sport, scholing, recreatie en cultuur. Informeer naar de voorzieningen in je woonplaats.

 

 

(Bron: www.vsn.nl)

Update: 20-03-2013

9 Till 5

Er zijn in Nederland veel regelingen om je te helpen zoveel mogelijk zelfstandig door het leven te gaan. Maar je moet er wel zelf achteraangaan. Je krijgt met veel verschillende loketten te maken en ziet snel door de bomen het bos niet meer. Hellup is bedoeld als wegwijzer en hulpmiddel om je eigen keuzes weloverwogen te maken. Onderaan de teksten vind je de links naar de organisaties waar je terecht kunt.